Eerste hoofdstuk

Manuel zat naast me op de bank, verstijfd, zijn gezicht was wit weggetrokken. Hij slikte. Langzaam, zo beheerst mogelijk, vroeg hij of het een grap was. Ik zag de hoop in zijn ogen, zijn wens dat het niet waar was, en even beet ik op mijn lip. Ontsnappen was nog mogelijk. Ik kon in lachen uitbarsten, zeggen dat het inderdaad een grap was. Wat een goeie. Ik zou hem kussen, hem plagen om zijn schrikreactie.

        Maar ik deed het niet.

        Mijn bekentenis was impulsief geweest, een overmoedig besluit als gevolg van de overtuiging dat open kaart spelen – ook jaren later – altijd het beste was. Ik had gedacht dat het zou opluchten om eindelijk mijn geheim op te biechten, om nooit meer bang te zijn dat Manuel er op de een of andere manier achter zou komen. Nu we drie jaar samen waren moest hij de bekentenis wel aankunnen. Maar nadat de woorden mijn mond hadden verlaten wist ik dat niets ooit nog hetzelfde zou zijn. De schade was aangericht, ik had Manuel van zijn onwetendheid beroofd en mijn geheim hing tussen ons in, bijna tastbaar, stinkend. De avonden waarop we op deze bank zorgeloos in elkaars armen lagen, leken opeens mijlenver weg.

        De hoopvolle blik in zijn ogen verdween. ‘Je bent echt een prostituee geweest,’ herhaalde hij mijn woorden.

        Ik zweeg.

        ‘Dat hele boek van je is autobiografisch.’

        ‘Het spijt me,’ mompelde ik.

        ‘En je hebt er dus al die jaren over gelogen tegen mij!’

        ‘Wat maakt het uit?’ vond ik. Ik sloeg mijn armen om hem heen. ‘We leven nú en we zijn gelukkig, wat kan ons het verleden schelen? Dat is voorbij!’

        Manuel verroerde zich niet. ‘Het gaat er niet om hoe lang geleden het allemaal is,’ zei hij moeizaam. ‘Wat mij schokt is dat je me hebt voorgelogen, Kim, steeds opnieuw. Iedere keer als er aan je werd gevraagd of Tegengif waargebeurd was, heb jij lachend geantwoord dat het hele verhaal volledig fictief was. En iedereen geloofde je, ík geloofde je! Terwijl je juist tegen mij eerlijk had moeten zijn.’ Hij trok zich los uit mijn omhelzing en keek me boos aan. ‘Je hebt me al die jaren voor de gek gehouden.’

        ‘Ja, en vind je het raar? Moet je zien hoe je reageert op de waarheid!’

        ‘Dat komt doordat je er te laat mee bent. Wat stelt de waarheid voor als het volgt op een jarenlange leugen?’ Hij keek me bedroefd aan. ‘Ik weet niet of je wel bent wie ik dacht dat je was.’

        Ongelovig staarde ik terug. ‘Meen je dit nou serieus?’

        ‘Ja, natuurlijk.’

        ‘Dat slaat echt helemaal nergens op,’ viel ik uit, ‘want ik ben dezelfde vrouw als een half uur geleden, toen je dit nog niet wist. Mijn verleden verandert niets aan wie ik nú ben!’

        Hij stond op. ‘Sorry, maar dat doet het wel.’

        Ik sprong overeind. ‘Manuel…’

        Maar hij weerde mijn uitgestrekte armen af. ‘Laat me maar even gaan, Kim. Ik moet nadenken.’

        Ik viel terug op de bank. Ik hoorde de auto starten en wegrijden. Hardop vloekte ik, wreef geïrriteerd in mijn ogen. Ik had mijn mond moeten houden, verdomme. Al die jaren was het me gelukt te zwijgen over mijn ervaringen in de prostitutie, en nu had ik het alsnog verpest.

        Nee, niet verpest. Manuel zou bijtrekken. Als hij straks terugkwam zouden we erover praten. Onze relatie zou overeind blijven, ook onder de last van mijn bekentenis. Dat moest, hij hield van me. Hij was nota bene bij Natascha weggegaan om samen met mij een nieuw leven, een gelúkkig leven te leiden. En dus zou hij over de schok heen komen. Het zou te absurd zijn als hij iets wat ver vóór zijn tijd was gebeurd zwaarder zou laten wegen dan onze liefde.

        Ik zou het simpelweg niet laten gebeuren.


Het was al nacht toen hij thuiskwam. Zijn haren zaten door de war, zijn ogen waren rood. Hij had rondjes gereden, vertelde hij. Doelloze rondjes, om zijn gedachten stil te krijgen, om logisch te kunnen nadenken.

        Het was hem niet gelukt.

        ‘Er zijn gewoon te veel dingen die ik niet begrijp,’ begon hij, terwijl hij naast me op de bank kwam zitten. Ik tilde mijn laptop op, die dichtgeklapt tussen ons in lag, en zette hem op de salontafel. Terwijl Manuel weg was had ik Nicole gebeld, die me kalm als altijd had verzekerd dat Manuel wel zou bijdraaien. Steeds weer had ik op de klok gekeken en had ik mijn oren gespitst op het geluid van zijn auto.

        Ik schoof dichter naar hem toe. Hij merkte het niet. Hij staarde voor zich uit. Er zat een diepe frons tussen zijn wenkbrauwen. ‘Ik kan me bijna niet voorstellen dat het echt waar is, dat jij zoiets daadwerkelijk hebt gedaan. Waarom? Wat heeft je er in godsnaam toe aangezet om… om… je lichaam te verkopen?!’

        Ik haalde diep adem. Het was logisch dat hij antwoorden nodig had, dat hij het nog niet begreep. Achteraf gezien begreep ik zelf niet eens wat me destijds had bezield. ‘Ik was jong,’ begon ik. ‘Negentien. Ik was erachter gekomen dat de jongen met wie ik samen was mij al jarenlang ontrouw was. Dat was een enorme klap. En toen nam ik me voor dat ik “hard” zou worden, dat ik nooit meer zou toestaan dat iemand mij zo zou kunnen kwetsen. Ik wilde er zeker van zijn dat ik nooit meer verliefd zou worden.’ Ik rolde met mijn ogen. ‘Heel naïef, ik weet het…’

        Manuel keek me zwijgend aan.

        ‘En dus ben ik als prostituee gaan werken. Ik dacht dat de ervaringen die ik in die wereld zou opdoen, het soort mannen dat ik zou tegenkomen, ervoor zouden kunnen zorgen dat ik voor eeuwig afgeknapt zou raken, zoiets. En dat ik daardoor nooit meer iemand nodig zou hebben.’

        Hij keek me ongelovig aan. ‘Klinkt nogal dwaas, als je het mij vraagt.’

        ‘Ja, dat zie ik nu natuurlijk ook wel in. Maar toch leek het toen logisch. Het was alsof ik niet helder kon nadenken, alsof ik geobsedeerd was door het idee onkwetsbaar te worden, immuun voor liefde, dat soort onzin. Het idee van die missie beheerste me, en achteraf gezien besef ik dat ik leed aan een tunnelvisie. Hoe dan ook, het is gebeurd.’

        Manuel schraapte zijn keel. ‘Sorry, hoor, Kim, maar dat is echt het idiootste wat ik ooit heb gehoord.’

        ‘Dank je.’

        ‘En hoe lang heb je dat werk gedaan?’

        ‘Niet lang. Een paar weken, hooguit.’

        Ik zag hem hoofdrekenen. Calculeren hoeveel mannen dat ongeveer waren geweest, zichzelf pijnigen met de uitkomst. Zijn frons werd dieper.

        Zacht legde ik mijn hand op zijn arm. ‘Ik was stom, babe. En achteraf schaamde ik me voor wat ik had gedaan en wilde ik dat nooit iemand het te weten zou komen. Kun je dat begrijpen?’

        ‘Maar tegen mij had je eerlijk moeten zijn.’

        Ik zweeg.

        ‘En al wilde je voor altijd immuun zijn, je bent daarna toch verliefd geworden op mij?’

        ‘Na alle ellende was jij iets positiefs. En je kunt liefde niet tegenhouden, al ga je honderd jaar als prostituee werken.’ Ik keek hem aan, glimlachte voorzichtig. Het kwam goed. We waren aan het praten, hij probeerde me te begrijpen.

        Ik boog me naar hem toe en kuste hem.

        Somber schudde hij zijn hoofd. ‘Kim, ik heb besloten om er een tijdje tussenuit te gaan. Naar Wiesbaden, naar mijn moeder.’

        Mijn ogen werden groot. ‘Naar Duitsland? Overdrijf je nu niet?’

        ‘Kijk, dat dit in je verleden is gebeurd, daar is nu niets meer aan te doen, dat begrijp ik. Maar waar je wel iets aan had kunnen doen is het feit dat je er in het héden zo lang over bent blijven liegen. Terwijl ik dacht dat eerlijkheid juist zo belangrijk was voor ons.’

        ‘Eerlijkheid?’ Ik stoof op. ‘Toen wij een relatie kregen was jij nota bene getrouwd met een ander!’

        ‘Tegen jóú ben ik altijd eerlijk geweest, Kim. Vanaf het allereerste begin. Hoe ik het met Natascha heb aangepakt was niet fraai, maar je weet ook dat ik toen niets liever wilde dan met jou samen zijn. Jij was het die de boot afhield, die niet wist of je er wel klaar voor was.’

        ‘Maar nu zijn we samen en dan ga jij er bij de eerste de beste tegenslag vandoor.’ Ik draaide mijn gezicht weg en knipperde met mijn ogen om de plotselinge tranen tegen te houden. ‘Lekker makkelijk,’ mompelde ik schor.

        ‘Ik heb gewoon even tijd en afstand nodig om rustig over alles na te denken.’

        ‘Je hebt de hele avond al nagedacht. Man, je bent uren weg geweest! Wat valt er in godsnaam nog meer te denken?’

        Hij zuchtte. ‘Kim, ik weet dat als ik hier blijf ik mezelf alleen maar gek maak. Dan duik ik de kroeg in om het op een zuipen te zetten, of ik ga Rotterdam in en word daar krankzinnig omdat ik me bij iedere man die ik zie zal afvragen of hij een klant van jou is geweest. Of hij het met mijn vrouw heeft gedaan!’ Zijn gezicht verstrakte. ‘Ik moet gewoon weten of ik ermee kan leven dat mijn vrouw, míjn vrouw voor wie ik met zo veel zekerheid heb gekozen, vanaf het begin van onze relatie oneerlijk tegen me is geweest. De wetenschap dat jij in staat bent om mij zo overtuigend voor te liegen…’

        ‘Dat is onzin.’

        ‘Waar heb je verder over gelogen? Wat voor geheimen heb je nog meer?’

        ‘Hou toch op. Hoor je zelf niet hoe je overdrijft? Je weet net zo goed als ik dat er verder geen geheimen zijn.’

        Manuel perste zijn lippen op elkaar. ‘Nee,’ zei hij nadrukkelijk, ‘dat weet ik dus niet. Op dit moment weet ik niet of ik je nog wel kan geloven of vertrouwen, hoe overdreven jij dat ook vindt. Ik ben in de war, Kim, en daarom moet ik weg.’

        Zijn pijn, zijn woede en verdriet kwamen over me heen als de domper waar ik al die jaren voor had gevreesd. Het stemmetje in mijn hoofd had me er op elk gelukkig moment aan herinnerd dat ik een tijdbom met me meedroeg die alles in een klap zou kunnen verpesten. De bom was gevallen en in ons gezicht ontploft.

        ‘Ga je het aan je moeder vertellen?’ vroeg ik zacht.

        Manuel schudde zijn hoofd. ‘Nee, dit blijft tussen ons. Als zij me vraagt waarom we elkaar even niet zien, dan zal ik uitleggen dat het persoonlijk is. Ik heb haar al geprobeerd te bellen om te zeggen dat ik eraan kom, maar ze nam niet op. Ik probeer het morgen overdag nog een keer, en anders ziet ze me vanzelf wel verschijnen, ik ben daar toch altijd welkom.’

        ‘Ik wil niet dat je gaat.’

        ‘Het is beter zo, Kim. Ik moet dit laten bezinken voordat ik dingen zeg of doe waar ik spijt van krijg.’ Toen ik zweeg, ging hij verder: ‘Ik vertrek morgenavond rechtstreeks vanuit mijn werk. Philip kan de garage de komende tijd even in zijn eentje runnen, net als tijdens de vakanties.’

        Ik zuchtte. ‘Je maakt het veel erger dan het is…’

        ‘Maar snap je dan niet dat ik hier gewoon kapot van ben? Dat ik tijd nodig heb om dit te verwerken?’ Zijn stem was schor van emotie.

        ‘Laat mij je dan helpen!’

        ‘Nee,’ zei hij vastberaden. ‘Dit moet ik alleen doen, Kim. We zullen elkaar een tijdje niet zien en niet spreken. Ik moet me echt afzonderen.’

        ‘Dan ga ik wel weg,’ besloot ik. ‘Dan kun jij hier blijven, en dan hoef je de garage ook niet aan Philip over te dragen. Míjn werk kan ik overal doen.’

        ‘Jouw werk?’ Hij keek me verbitterd aan. ‘Ik zal maar niet zeggen waar ik dan aan denk. Of je misschien je oude klanten nog wel eens ziet. Of je –’

        ‘Doe normaal,’ snauwde ik. ‘Je doet onredelijk.’

        Manuel wreef door zijn haar. Hij zag eruit alsof hij al nachten niet had geslapen. ‘En waar ga jij dan naartoe?’ vroeg hij zacht.

        Ik haalde mijn schouders op. ‘Weet ik niet. Ik zie wel. Er is vast wel iemand bij wie ik kan logeren. Nicole, of zo.’

        ‘De laatste keer dat jij bij een vriendin ging logeren, werd ze vermoord,’ merkte hij op, ‘dus als je het niet erg vindt lijkt me dat niet zo’n goed plan.’

        Terwijl ik ineenkromp bij de herinnering aan Patricia’s afschuwelijke dood, hield Manuel naast me plotseling zijn adem in. ‘Jezus, dat besef ik ook nu pas,’ zei hij langzaam. ‘Patricia was zeker ook een hoer? Daar kende je haar natuurlijk van, nu snap ik waarom je destijds zo geheimzinnig deed over jullie vriendschap.’

        ‘Iedereen maakt fouten,’ zei ik kort.

        ‘Maar niet iedereen is een hoer geweest.’

        Ik schoof een stukje bij hem vandaan. ‘Weet je,’ zei ik koel, ‘misschien is het inderdaad wel een goed idee dat je even weggaat. Het is allemaal gebeurd voordat ik jou kende, wanneer dringt dat tot je door?’

        ‘En dus moet het me maar koud laten?’ Hij keek me boos aan. ‘Wat verwacht je nou van me?’

        ‘Ik verwacht dat je van me houdt,’ zei ik zacht, ‘en dat je me een klein foutje kunt vergeven.’ Toen hij niet reageerde sloeg ik mijn ogen neer. ‘Blijkbaar vergis ik me daarin.’

        ‘En wat zou jíj dan doen als je erachter kwam dat ik al jaren tegen je loog? Als ik niet was wie jij dacht dat ik was?’

        ‘Het gaat maar over één klein fucking dingetje!’ Ik kuchte luid om mijn stem onder controle te houden. ‘Begrijp dat dan! Verder is alles gewoon nog hetzelfde!’

        Maar Manuel schudde spijtig zijn hoofd. ‘Voor mij niet.’

        Even zwegen we allebei. Toen sprong ik op van de bank en stormde naar boven.